Roken wordt steeds minder geaccepteerd

Roken wordt steeds minder geaccepteerd Een discussie tussen rokers en niet-rokers over overlast van sigarettenrook levert vaak een verhitte discussie op. Mensen die roken vinden de niet-rokers vaak zeurpieten, omdat ze voortdurend opmerkingen maken over de hinder die ze ondervinden van roken in hun nabije omgeving.

Redactie

Roken wordt steeds minder geaccepteerd

Een discussie tussen rokers en niet-rokers over overlast van sigarettenrook levert vaak een verhitte discussie op. Mensen die roken vinden de niet-rokers vaak zeurpieten, omdat ze voortdurend opmerkingen maken over de hinder die ze ondervinden van roken in hun nabije omgeving. De niet-rokers vinden op hun beurt dat rokers weinig inlevingsvermogen tonen en eisen dat ze meer rekening houden met hun gezondheid. De slogan 'We lossen het samen wel op', die jaren geleden centraal stond in een door de overheid gevoerde campagne, lijkt niet echt te werken. Toch tekent zich geleidelijk een beeld af, waarbij de roker het onderspit delft. In de afgelopen jaren wordt roken in aanwezigheid van niet-rokers namelijk steeds minder geaccepteerd.

Roken op de werkplek is al geruime tijd niet meer toegestaan.

Sindsdien zie je als toevallige passant steeds vaker groepjes mensen voor de deuren van bedrijfspanden staan. In de pauze, of soms zomaar even tussendoor, lopen ze vlug even de deur uit om te kunnen toegeven aan hun verslaving. Zouden ze op zijn minst tien meter van de ingang af gaan staan, dan was er voor niet-rokers - letterlijk - geen vuiltje aan de lucht. Nu moet de niet-roker zich vaak nog door een wolk van sigarettenrook worstelen. Ze zouden liever niet de schadelijke stoffen inademen die door de rokers in het rond worden geblazen, maar vaak hebben ze geen keus. De rokers zijn zo vertrouwd geraakt met hun geliefde sigaretje dat ze vaak niet of onvoldoende inzien hoeveel hinder een ander ervan ondervindt. En wat te denken van roken op de fiets...? Fietsen is een gezonde bezigheid, behalve wanneer tien meter voor je iemand rijdt die een sigaret rookt. De roker waant zich vrij om ongestoord zijn gang te kunnen gaan, maar intussen rijdt de niet-roker de hele rit ongewild in de rook. Zo vormt roken voor de niet-rokers nog altijd een grotere bron van irritatie dan de rokers vaak vermoeden. In trappenhuizen en andere gemeenschappelijke ruimtes, overal ontstaan nog situaties die de voedingsbodem van een conflict kunnen vormen.

Toch gloort er nu licht aan de horizon voor alle mensen die niet roken.

Er blijkt namelijk steeds meer een taboe te rusten op roken in het openbaar. Wanneer er in de privésfeer gerookt wordt, terwijl er niet-rokers aanwezig zijn, wordt dat al steeds vaker als onacceptabel beschouwd. Dat geldt nog sterker wanneer er jonge kinderen aanwezig zijn. Het valt daarbij bovendien op dat de acceptatie onder jongeren een stuk kleiner is dan onder ouderen. Met andere woorden, er komt een nieuwe generatie aan die een andere kijk heeft op roken. Wetenschappers aan de universiteit van Maastricht hebben deze conclusie getrokken op basis van eigen onderzoek over een periode van tien jaar. Ze hebben maar liefst 180.000 Nederlanders bevraagd over hun gevoelens met betrekking tot roken. Het resultaat van dat onderzoek toont aan dat mensen ten aanzien van roken minder tolerant geworden zijn. Ze vinden het bijvoorbeeld niet kunnen als iemand rookt op school of in het openbaar vervoer. In principe zou dat ook niet mogen gebeuren, want op die plekken is het verboden om te roken. Maar zelfs op terrassen, waar doorgaans nog wel mag worden gerookt, wordt het lang niet altijd toegejuicht. Ook daar is sprake van een (lichte) afname van de acceptatie en dat mag gerust veelzeggend genoemd worden.

En hoe zit het dan in de thuissituatie...?

We leggen even wat cijfers, die uit het onderzoek naar voren kwamen, naast elkaar. Tien jaar geleden kende 62 procent van de gezinnen met jonge kinderen een rookverbod. Dat percentage is inmiddels gestegen tot 77 procent. Meer dan drie kwart van alle mensen vindt het dus niet acceptabel om te roken in het bijzijn van kinderen. Een interessant gegeven, want juist dit is een voorbeeldsituatie waar campagnes in de laatste jaren op waren gericht. Wanneer er geen sprake is van kinderen, maar wel van rokers en niet-rokers die onder één dak leven, geldt bij ongeveer 55 procent van de huishoudens een rookverbod binnenshuis. Tien jaar geleden gaf nog maar 43 procent van de ondervraagden aan een rookverbod in huis te hebben ingesteld. Een meerderheid van de ondervraagden geeft ook aan dat het niet acceptabel is om een sigaret op te steken in de auto van een niet-roker. Organisaties die de belangen van niet-rokers behartigen, maar ook organisaties als het longfonds en KWF Kankerbestrijding, zullen tevreden zijn met deze nieuwe cijfers. Of ze het resultaat zijn van gevoerde campagnes, of dat mensen in het algemeen wat bewuster en gezonder zijn gaan leven, valt niet uit de resultaten van het onderzoek af te lezen. Overigens is de mening over roken op straat in tien jaar tijd nauwelijks veranderd.

Wij waarderen je privacy.

Wij gebruiken cookies voor analyse, de mogelijkheid tot berichten te delen op social media en om advertenties te tonen. Door op Akkoord te klikken en verder te gaan stem je in met ons privacybeleid en kan je gebruik maken van deze functionaliteit.