Psychische aandoeningen houden vaker langer aan
Veelvoorkomende psychische aandoeningen lijken de afgelopen twaalf jaar hardnekkiger te zijn geworden.
Mensen met een angststoornis, stemmingsstoornis of middelengebruikstoornis hebben tegenwoordig vaker drie jaar later nog een psychische aandoening dan mensen met een vergelijkbare diagnose ruim tien jaar eerder. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Amsterdam UMC, de Vrije Universiteit Amsterdam en het Trimbos-instituut.
Onderzoek onder duizenden Nederlanders
De onderzoekers gebruikten gegevens uit de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Voor de meest recente meting werden 6.194 Nederlanders van 18 tot en met 75 jaar onderzocht. Zij werden geïnterviewd in de periode 2019-2022 en opnieuw in 2023-2024. De onderzoekers vergeleken deze gegevens met een eerdere NEMESIS-meting onder 6.646 mensen van 18 tot en met 64 jaar, die tussen 2007 en 2009 en opnieuw tussen 2010 en 2012 waren geïnterviewd.
De onderzoekers keken daarbij niet alleen of iemand drie jaar later nog dezelfde categorie psychische aandoening had. Ze gebruikten ook een bredere definitie: iemand werd als ‘persistent’ beschouwd wanneer tijdens de driejarige vervolgperiode opnieuw sprake was van een angststoornis, stemmingsstoornis en/of middelengebruikstoornis. Die brede benadering geeft volgens de onderzoekers een beter beeld van het voortduren of veranderen van psychische problemen.
Vooral stemmingsstoornissen blijven aanwezig
Bij de meest recente groep had 41,6 procent van de mensen met een angststoornis drie jaar later opnieuw een angststoornis. Bij stemmingsstoornissen was dat 48,0 procent en bij middelengebruikstoornissen 40,3 procent. Wanneer ook andere typen psychische aandoeningen werden meegerekend, lagen de percentages hoger: respectievelijk 57,1, 63,2 en 55,1 procent.
Van alle deelnemers die bij de start van het onderzoek een psychische aandoening hadden, had 55,2 procent ergens gedurende de daaropvolgende drie jaar opnieuw een angst-, stemmings- en/of middelengebruikstoornis. Het gaat daarbij dus niet noodzakelijk om dezelfde aandoening als bij de eerste meting.
Toename ten opzichte van twaalf jaar eerder
De vergelijking met de eerdere NEMESIS-studie laat een duidelijke verandering zien. Bij volwassenen van 18 tot en met 64 jaar steeg het percentage met een psychische aandoening dat gedurende de drie jaar na de eerste meting opnieuw een psychische aandoening had van 42,7 procent in de periode 2007-2012 naar 57,9 procent in de periode 2019-2024. Ook wanneer uitsluitend naar dezelfde categorie aandoening wordt gekeken, nam de persistentie toe.
De onderzoekers benadrukken dat daarmee niet automatisch vaststaat waarom psychische aandoeningen vaker lijken aan te houden. Een grotere bewustwording van psychische problemen, minder stigma en veranderingen in het rapporteren van klachten kunnen volgens hen een deel van de stijging verklaren. Zij achten het echter onwaarschijnlijk dat deze factoren de volledige toename verklaren, omdat de onderzoekers gebruikmaakten van een gestandaardiseerde beoordeling van symptomen en niet uitsluitend vroegen of deelnemers zichzelf als psychisch ziek beschouwden.
Verschillen tussen groepen
De studie vond daarnaast enkele kenmerken die samenhingen met een grotere kans op aanhoudende psychische problemen. Het ging onder meer om jongere leeftijd, wonen in een stad, ervaringen met trauma tijdens de jeugd en bijna dagelijks drugsgebruik. Deze verbanden werden zowel in de meest recente als in de oudere onderzoeksgegevens gevonden.
De onderzoekers stellen dat de resultaten belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de behandeling en langdurige zorg. Wanneer psychische aandoeningen vaker langdurig aanwezig blijven of terugkeren, kan dat betekenen dat zorg niet alleen gericht moet zijn op het behandelen van een afzonderlijke episode, maar ook op langere begeleiding en het voorkomen van terugval. Het onderzoek is op 3 september 2026 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Psychological Medicine.