De proteïne-hype in de supermarkt

De afgelopen jaren zijn de schappen in de supermarkt zichtbaar veranderd.

Waar proteïne vroeger vooral werd geassocieerd met sportpoeders en bodybuilders, staat nu op yoghurt, brood, pannenkoeken, repen en zelfs chips groot vermeld: “proteïnerijk” of “met extra proteïne”. Deze trend past in een bredere verschuiving in hoe we over voeding en gezondheid denken, maar roept ook vragen op. Wat zit er achter deze proteïne-hype en hebben we die extra eiwitten eigenlijk wel nodig?

Van sportvoeding naar lifestyleproduct

De opmars van proteïneproducten is sterk beïnvloed door fitness- en dieettrends. In de jaren 2000 groeide de populariteit van krachttraining en later van sociale media, waarop gespierde lichamen en ‘fit lifestyles’ centraal staan. Eiwitten kregen daarbij een bijna magische status: ze zouden helpen bij spieropbouw, vetverbranding, een verzadigd gevoel geven en zelfs bijdragen aan gewichtsverlies. Producenten zagen hierin een kans om proteïne los te trekken uit de niche van sportvoeding en te positioneren als een dagelijkse gezondheidsupgrade voor iedereen.

Wat betekent “proteïnerijk” eigenlijk?

Wanneer een product als proteïnerijk wordt verkocht, betekent dat meestal dat er eiwitten zijn toegevoegd of dat een deel van vetten of koolhydraten is vervangen door eiwitbronnen zoals melkproteïne, soja, erwten of wei. Wettelijk gezien mag die claim pas worden gebruikt als minimaal 20 procent van de energie uit eiwit komt. Dat klinkt indrukwekkend, maar zegt weinig over de totale voedingswaarde van het product. Een proteïnereep kan bijvoorbeeld net zo goed veel suiker, verzadigd vet of zout bevatten.

Hoeveel eiwit hebben we nodig?

Volgens voedingsdeskundigen krijgen de meeste mensen in westerse landen al ruim voldoende eiwit binnen via hun normale voeding. Brood, zuivel, vlees, vis, eieren, peulvruchten en noten leveren samen meer dan genoeg. Voor gezonde volwassenen geldt een richtlijn van ongeveer 0,8 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag. Alleen specifieke groepen, zoals fanatieke krachtsporters, ouderen met spierverlies of mensen die herstellen van ziekte, kunnen baat hebben bij een iets hogere inname.

Waarom experts kritisch zijn

Voedingswetenschappers benadrukken dat extra proteïne voor de gemiddelde consument geen aantoonbare gezondheidswinst oplevert. Het lichaam kan overtollige eiwitten niet opslaan als spierweefsel; wat niet nodig is, wordt omgezet in energie of uitgescheiden. Bovendien verschuift de aandacht door deze marketing van het totaalplaatje van voeding naar één geïsoleerde voedingsstof. Gezonde voeding draait juist om balans, variatie en de juiste verhouding tussen koolhydraten, vetten, eiwitten, vezels, vitaminen en mineralen.

Mogelijke consequenties van de hype

De focus op proteïne kan ertoe leiden dat mensen onbewust meer bewerkte producten gaan eten, omdat die toevallig een 'gezonde' claim dragen. Daarnaast zijn proteïneproducten vaak duurder dan hun reguliere varianten, terwijl ze nauwelijks extra voedingswaarde bieden. Op langere termijn kan een structureel te hoge eiwitinname, vooral uit dierlijke bronnen, ook extra belasting geven voor nieren en bijdragen aan een hogere inname van verzadigd vet.

Marketing versus gezondheid

De proteïne-hype laat vooral zien hoe krachtig marketing kan zijn binnen de voedingsindustrie. Door in te spelen op gezondheidsaspiraties en fitnessidealen ontstaat het beeld dat meer altijd beter is. In werkelijkheid is voeding geen optelsom van superstoffen, maar een samenspel van gewoonten en keuzes. Extra proteïne klinkt aantrekkelijk, maar is voor de meeste mensen vooral een slimme verkooptruc, verpakt in een gezond jasje.

Wij waarderen je privacy.

Wij gebruiken cookies voor analyse, de mogelijkheid tot berichten te delen op social media en om advertenties te tonen. Door op Akkoord te klikken en verder te gaan stem je in met ons privacybeleid en kan je gebruik maken van deze functionaliteit.