Kunnen we PFAS uit ons voedsel weren?
PFAS zijn inmiddels vrijwel overal in het milieu aanwezig. Daardoor zijn deze chemische stoffen ook in onze voedselketen terechtgekomen.
Helemaal voorkomen dat we PFAS via voeding binnenkrijgen, is op dit moment niet mogelijk. Wel bestaan er wettelijke maximumwaarden voor bepaalde voedingsmiddelen en kunnen consumenten zelf maatregelen nemen om de blootstelling te beperken. Maar hoeveel PFAS mag er eigenlijk in ons eten zitten en waar komen die stoffen vandaan?
Wat zijn PFAS?
PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Het is geen afzonderlijke stof, maar een grote groep van door mensen gemaakte chemische stoffen. Er zijn duizenden verschillende PFAS bekend. De stoffen worden onder meer gebruikt vanwege hun water-, vet- en vuilafstotende eigenschappen. Daardoor zijn ze toegepast in uiteenlopende producten, van antiaanbaklagen en regenkleding tot bepaalde voedselverpakkingen en blusschuim.
Een belangrijk probleem is dat veel PFAS nauwelijks worden afgebroken. Ze kunnen daardoor langdurig in het milieu aanwezig blijven. Via bodem en oppervlaktewater kunnen ze vervolgens in planten en dieren terechtkomen en zo uiteindelijk in onze voedselketen belanden.
Hoe komt PFAS in ons eten?
PFAS worden niet bewust aan voedingsmiddelen toegevoegd. De stoffen kunnen er terechtkomen doordat het milieu ermee is verontreinigd. Vooral water en bodem spelen daarbij een rol. Dieren kunnen PFAS bijvoorbeeld binnenkrijgen via water of voer. De stoffen kunnen zich vervolgens in het lichaam ophopen.
Dat verklaart waarom vooral bepaalde dierlijke producten aandacht krijgen. Vis staat bekend als een belangrijke bron van PFAS-blootstelling via voeding. Ook eieren en vlees kunnen PFAS bevatten. Bij lokale producten kan de situatie bovendien anders zijn dan bij voedsel uit de supermarkt. Uit een in 2026 verschenen overzicht van het RIVM blijkt dat lokaal geproduceerd voedsel in sommige omstandigheden meer PFAS kan bevatten dan voedsel uit de winkel.
PFAS kunnen daarnaast vanuit voedselcontactmaterialen naar voedsel migreren. Ook kunnen bepaalde gewasbeschermingsmiddelen een bron zijn, al is de bijdrage daarvan volgens beschikbare Nederlandse risicobeoordelingen beperkt ten opzichte van belangrijke andere blootstellingsroutes.
Hoeveel PFAS mag er in voedsel zitten?
Sinds 2023 gelden in de Europese Unie wettelijke maximumgehalten voor vier specifieke PFAS: PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS. Er zijn ook maximumwaarden vastgesteld voor de som van deze vier stoffen. Die regels gelden onder meer voor vlees, vis, schaaldieren en eieren. Voor andere voedingsmiddelen zijn nog niet voor alle PFAS wettelijke maximumgehalten vastgesteld.
De toegestane hoeveelheid verschilt per product. Voor rund-, varkens- en pluimveevlees bedraagt het maximum bijvoorbeeld 0,30 microgram PFOS, 0,80 microgram PFOA, 0,20 microgram PFNA en 0,20 microgram PFHxS per kilogram vers product. Voor de som van deze vier stoffen geldt voor dit vlees een maximum van 1,3 microgram per kilogram. Voor eieren bedraagt het maximum voor de som 1,7 microgram per kilogram. Bij bepaalde vissoorten kunnen de toegestane waarden hoger liggen.
Dat een voedingsmiddel onder de wettelijke limiet blijft, betekent overigens niet dat PFAS daarin helemaal afwezig zijn. De maximumwaarden zijn bedoeld om de voedselveiligheid te bewaken; ze zijn iets anders dan een grens waaronder PFAS ineens geen enkele biologische werking zouden hebben.
Een veel lagere gezondheidskundige grenswaarde
Daarbij speelt nog een andere waarde een rol. De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA heeft een gezondheidskundige grenswaarde vastgesteld voor de gezamenlijke inname van PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS. De zogenoemde toelaatbare wekelijkse inname bedraagt 4,4 nanogram per kilogram lichaamsgewicht per week. EFSA baseerde deze beoordeling onder meer op mogelijke effecten op het immuunsysteem.
Dat is een andere maatstaf dan de wettelijke maximumwaarden voor voedingsmiddelen. De ene waarde gaat over de hoeveelheid die iemand via voeding en andere bronnen gedurende langere tijd binnenkrijgt, terwijl de andere aangeeft hoeveel van bepaalde PFAS maximaal in een voedingsmiddel aanwezig mag zijn.
Het RIVM stelt dat de Nederlandse bevolking via voeding meer PFAS kan binnenkrijgen dan deze gezondheidskundige grenswaarde. Vooral vis levert een belangrijke bijdrage aan de totale inname.
Kunnen we PFAS zelf vermijden?
Volledig vermijden is vrijwel onmogelijk. PFAS zijn zo wijdverspreid in het milieu dat kleine hoeveelheden in verschillende voedingsmiddelen kunnen voorkomen. Toch kunnen consumenten hun blootstelling wel beperken.
Een belangrijke maatregel is gevarieerd eten. Daarmee wordt voorkomen dat iemand langdurig veel van één voedingsmiddel eet waarin relatief veel PFAS kunnen zitten. Dat betekent overigens niet dat vis, eieren of vlees uit het menu moeten verdwijnen. Het algemene advies om gevarieerd te eten blijft ook vanuit het oogpunt van PFAS van belang.
Bij lokaal voedsel is het verstandig alert te zijn wanneer bekend is dat de omgeving met PFAS is verontreinigd. De overheid geeft bijvoorbeeld specifieke adviezen voor moestuinen in de omgeving van Chemours in Dordrecht. Daar wordt afgeraden om groenten en fruit uit moestuinen binnen één kilometer van de fabriek te eten.
Weren lukt niet, beperken wel
PFAS volledig uit ons voedsel weren is voorlopig geen realistisch doel. De stoffen zijn daarvoor te wijdverspreid in het milieu en de voedselketen. Wel worden voedingsmiddelen gecontroleerd en zijn voor verschillende productgroepen wettelijke maximumgehalten vastgesteld. De NVWA controleerde ook in 2025 vlees, visserijproducten en eieren op PFAS. Van de onderzochte monsters werd slechts een klein aantal boven de wettelijke maximumwaarde aangetroffen.
Voor consumenten ligt de belangrijkste mogelijkheid daarom niet in het volledig vermijden van PFAS, maar in het beperken van de blootstelling. Gevarieerd eten, rekening houden met lokale waarschuwingen en kiezen voor producten die aan de wettelijke eisen voldoen, zijn daarbij de belangrijkste praktische maatregelen.